In 2024 had 68 procent van de bevolking van 15 jaar of
ouder vertrouwen in het leger. In 2012 was dat minder, 59 procent.
Alleen in de politie en in rechters hebben meer mensen
vertrouwen. Jongeren hebben meer vertrouwen in het leger dan ouderen. Dat
blijkt uit het onderzoek Sociale samenhang en welzijn van het CBS.
Het onderzoek is van 2012 tot en met 2024 gehouden
onder bijna 100 duizend personen van 15 jaar of ouder. Het vertrouwen in het
leger steeg van 59 procent in 2012 naar 64 procent in de periode van 2015 tot
en met 2018. In 2020 en 2021 bereikte het met 72 procent een hoogtepunt.In het
tweede kwartaal van 2022, vlak na de Russische inval in Oekraïne, daalde het
vertrouwen in het leger naar 61 procent. Dat was het laagste niveau van de
afgelopen vijf jaar. In de kwartalen daarna herstelde het vertrouwen.
Ouderen hebben minder vertrouwen in het leger dan
jongeren
Uit het onderzoek blijkt verder dat iets meer dan drie
kwart van de 15- tot 25-jarigen in 2024 vertrouwen had in het leger. Het
vertrouwen in het leger neemt met het toenemen van de leeftijd af. 65-plussers
hadden met 61 procent het minste vertrouwen in het leger.
Vertrouwen in politie en rechters gegroeid
In 2024 was alleen het vertrouwen in de politie en in
rechters (respectievelijk 79 en 78 procent) groter dan het vertrouwen in het
leger. Het vertrouwen in politie en rechters is in de loop van de jaren
toegenomen. In 2012 had nog achtereenvolgens 68 procent en 69 procent van de
bevolking vertrouwen in deze instituties.Bij het vertrouwen in de politie en
rechters zijn de verschillen tussen de leeftijdsgroepen minder groot dan bij
het vertrouwen in het leger. De verschillen tussen de onderwijsniveaus zijn groter.
Het vertrouwen in de politie liep in 2024 op van 69 procent bij de groep met
uitsluitend basisonderwijs tot 85 procent bij de hbo’ers en universitair
geschoolden. Het verschil bij rechters liep van 58 procent (basisonderwijs) tot
90 procent (universitair geschoolden).
Vertrouwen in de EU toegenomen, in politici gedaald
Het vertrouwen in de pers, ambtenaren, banken en de
Europese Unie (EU) was in 2024 hoger dan in 2012. In 2024 had 50 procent van de
bevolking van 15 jaar of ouder vertrouwen in de EU. Dat schommelde de afgelopen
vijf jaar rond dit niveau. In 2012 was dat nog 39 procent.Het vertrouwen in
politici en de Tweede Kamer is na 2020, het eerste coronajaar, gedaald. Het was
sinds 2012 (Tweede Kamer) en 2016 (politici) gestegen, met als hoogtepunt het
begin van de coronapandemie. In het eerste coronajaar had 53 procent vertrouwen
in de Tweede Kamer en 40 procent in politici. Daarna daalde het naar 30 en 24
procent in 2022. Deze daling zette niet verder door.
Vertrouwen in medemens is toegenomen
In 2024 gaf 66 procent van de bevolking aan vertrouwen in
de medemens te hebben. Dat is meer dan in 2012, toen had nog 58 vertrouwen in
de andere mensen. Daarna is het vertrouwen in de medemens toegenomen.