Het bericht dat de vertrouwde kaas- en viskraam op het
Marktveld mogelijk moeten verdwijnen, roept bij de fractie van D66 Vught een
aantal vragen op. Volgens de centrummanager zou sprake zijn van “valse
concurrentie” en moet ambulante handel “complementair” zijn aan bestaande
winkels. Maar wat betekent dat eigenlijk? En waarom zou dat leiden tot het
weren van ondernemers die al jarenlang een plek hebben in ons centrum? D66
heeft daarom om opheldering gevraagd door schriftelijke vragen te stellen aan
Burgemeester en Wethouders.
D66 vindt dat deze kramen juist bijdragen aan een levendig
centrum. Ze trekken mensen naar het Marktveld, zorgen voor reuring en
versterken het lokale winkelaanbod. Het idee dat ambulante handel alleen mag
bestaan als het ‘complementair’ is, roept vragen op. Op basis van welk beleid
is dit bepaald? Geldt dit voor heel Vught? En wie bepaalt wat complementair is?
Ook de term “concurrentievervalsing” wordt genoemd. D66 wil
weten: wanneer is daar volgens de gemeente sprake van? Is het werkelijk zo dat
een kaas- of viskraam de lokale detailhandel schaadt? Of is het juist een
aanvulling die meer bezoekers trekt, wat goed is voor álle ondernemers?
Daarnaast vraagt de fractie zich af of er daadwerkelijk
klachten zijn binnengekomen van winkeliers. En als er klachten zijn, wat is hun
inhoud? Transparantie hierover is belangrijk, zeker als besluiten worden
genomen die ondernemers direct raken.
Tot slot wil D66 weten hoe deze besluitvorming tot stand is
gekomen. Zijn er opties onderzocht om de kramen te behouden? Is hierover
gesproken met de betrokken ondernemers? D66 vindt dat de gemeente samen met
ondernemers moet zoeken naar oplossingen, niet naar beperkingen.