Vanaf 1 augustus 2026 start Vattenfall InCharge in
Noord-Brabant en Limburg een pilot waarbij openbare laadplekken niet langer
uitsluitend zijn bestemd voor auto’s die laden. Op geselecteerde locaties mogen
ook automobilisten zonder stekkerauto parkeren, zonder risico op een boete.
Met de pilot onderzoekt Vattenfall InCharge of laadpalen
sneller geplaatst kunnen worden doordat gemeenten geen apart besluit meer
hoeven te nemen om een parkeerplaats exclusief voor elektrische auto’s te
reserveren. Daarnaast wordt onderzocht hoe automobilisten omgaan met
laadplekken die ook gebruikt mogen worden door auto’s die niet laden.
Slimme oplossingen voor de openbare ruimte
Aanleiding voor de pilot is de groeiende druk op de openbare
ruimte. Elektrische auto’s hebben laadplekken nodig, terwijl veel buurten
tegelijkertijd kampen met parkeerdruk. Uit onderzoek van Vattenfall InCharge
onder ruim 1.000 automobilisten blijkt dat beide onderwerpen leven onder
automobilisten, maar ook dat de verschillen tussen elektrische en benzine- en
dieselrijders minder groot zijn dan het publieke debat soms doet vermoeden.
“Om de groei van elektrisch rijden mogelijk te maken, moeten
we blijven zoeken naar slimme oplossingen voor de openbare ruimte. Deze pilot
helpt ons inzicht te krijgen in hoe gedeelde laad- en parkeerplekken in de
praktijk werken en of daarmee de uitrol van laadinfrastructuur kan worden
versneld. De resultaten kunnen waardevolle lessen opleveren voor gemeenten in
heel Nederland”, aldus Alied Wessels Boer, directeur Vattenfall InCharge.
Laadplekken zijn inmiddels onderdeel van het straatbeeld
In het publieke debat klinkt regelmatig dat laadplekken ten
koste gaan van schaarse parkeerplaatsen. Uit het onderzoek blijkt echter dat
slechts 16 procent van de benzine- en dieselrijders vindt dat er te veel
laadplekken in de eigen omgeving zijn. Daar staat tegenover dat meer dan de
helft van de elektrische rijders juist aangeeft dat er te weinig laadplekken
zijn.
Onder zowel elektrische rijders als automobilisten met een
benzine- of dieselauto vindt 4 op de 10 dat het huidige aantal laadplekken in
de buurt voldoende is. Daarmee lijkt de discussie minder te gaan over het
aantal laadplekken en meer over de verdeling van de schaarse ruimte.
Een gedeelde parkeerplaats, verschillende belangen
De meningen lopen verder uiteen wanneer gevraagd wordt wat
er moet gebeuren als laadplekken ook gebruikt mogen worden door auto’s die niet
laden. Zo vindt 28 procent van de automobilisten met een benzine- of dieselauto
parkeerdruk een groter probleem dan de beschikbaarheid van laadpalen, tegenover
slechts 1 op de 10 elektrische rijders.
Tegelijkertijd blijkt ook onder elektrische rijders geen
massale weerstand tegen het delen van laadplekken. De grootste groep (38
procent) noemt het een goed idee, zolang elektrische auto’s kunnen blijven
laden wanneer dat nodig is. Daar staat 36 procent tegenover die zich niet kan
vinden in de pilot en is van mening dat laadplekken in de eerste plaats bedoeld
zijn om te laden.
Dat beeld laat zien dat voor veel elektrische rijders niet
zozeer de parkeerplaats zelf centraal staat, maar de zekerheid dat er geladen
kan worden wanneer dat nodig is. Toch bestaat er ook terughoudendheid: 11
procent van de elektrische rijders vreest dat het openstellen van laadplekken
elektrisch rijden kan ontmoedigen.
Weinig animo voor langdurig parkeren op laadplek
Als automobilisten straks daadwerkelijk op een laadplek
mogen parkeren zonder te laden, hoe gedragen zij zich dan? Uit het onderzoek
blijkt dat veel automobilisten niet van plan zijn een laadplek zomaar als extra
parkeerplaats te gebruiken.
- Van
de benzine- en dieselrijders zegt 41 procent een laadplek vrijwillig vrij
te laten voor iemand die moet laden.
- Nog
eens 27 procent zou er alleen parkeren als er geen andere plek beschikbaar
is.
- Slechts
14 procent van de benzine- en dieselrijders zegt langer dan 2 uur te
parkeren op een gedeelde laad- en parkeerplek.
- Ook
elektrische rijders geven dat signaal af. Iets meer dan de helft (51
procent) zegt een laadplek vrij te houden voor iemand die moet laden.
Brabant en Limburg als proeftuin
Ook binnen de pilotregio’s zijn verschillen zichtbaar.
Kijkend naar zowel elektrische rijders als automobilisten met een benzine- of
dieselauto, lijken Brabanders flexibeler als het gaat om het delen van
laadplekken. Zo vindt 3 op de 10 parkeerdruk een groter probleem dan de
beschikbaarheid van laadpalen, tegenover 22 procent van de Limburgers.
Tegelijkertijd staat in Brabant een meerderheid positief tegenover het delen
van laadplekken onder voorwaarden.
Limburgers zijn juist iets beschermender richting de
laadfunctie van een laadplek. Zo vindt 30 procent dat laadplekken bedoeld zijn
om te laden en niet om te parkeren, tegenover 22 procent van de Brabanders.
Toch zijn de verschillen niet zo groot als ze misschien lijken. In beide
provincies vindt bijna de helft van de automobilisten dat er te weinig
laadplekken zijn en zegt een grote groep een laadplek vrijwillig vrij te laten
voor iemand die moet laden (42 procent in Brabant en 47 procent in Limburg).
De pilot maakt onderdeel uit van de concessie RAL Zuid en
wordt door Vattenfall InCharge uitgevoerd in samenwerking met de provincies
Noord-Brabant en Limburg en de deelnemende gemeenten.
“Als provincie willen we de overstap naar elektrisch rijden
in Brabant zo eenvoudig mogelijk maken. Daarom is het belangrijk dat ook mensen
zonder eigen oprit hun auto kunnen opladen. Tegelijkertijd is de ruimte in veel
buurten beperkt. Met deze pilot onderzoeken we hoe we laadpalen sneller kunnen
realiseren en zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte. De ervaringen die we
opdoen, helpen ons bij de verdere uitrol van laadinfrastructuur in Brabant”,
aldus Bas Maes, gedeputeerde Energie Noord-Brabant.
Hoe werkt de pilot?
In totaal worden in 19 gemeenten in Brabant en Limburg 150
laadpalen geplaatst waarbij de parkeerplaats niet exclusief voor laden is
gereserveerd. Op deze locaties wordt gewerkt met 2 varianten: een aangepast
verkeersbord of een laadtegel. Automobilisten die niet laden mogen hier
parkeren en krijgen daarvoor geen boete. Daarnaast wordt een controlegroep van
150 reguliere laadpalen geplaatst waarbij de parkeerplaats wél exclusief is
gereserveerd voor het opladen van elektrische auto’s.
Met de pilot onderzoekt Vattenfall InCharge of laadpalen
sneller geplaatst kunnen worden doordat gemeenten geen aparte procedure hoeven
te doorlopen om een parkeerplaats exclusief als laadplek aan te wijzen.
Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe automobilisten omgaan met gedeelde laad- en
parkeerplekken. Daarbij wordt gekeken naar het gebruik van de plekken, de
beschikbaarheid van laadpunten, ervaringen van bewoners, eventuele klachten en
bezwaren en de impact op de uitrol van openbare laadinfrastructuur.
De plaatsing van de laadpalen vindt plaats tussen augustus
2026 en januari 2027. Vervolgens worden de locaties gedurende meerdere maanden
gemonitord om te bepalen welke aanpak het beste werkt voor gemeenten, bewoners
en automobilisten.
Deelnemende gemeenten zijn Alphen-Chaam, Baarle-Nassau,
Gilze en Rijen, Asten, Bergen op Zoom, Eersel, Etten-Leur, Geldrop-Mierlo,
Goirle, Landgraaf, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Reusel-de Mierden,
Tilburg, Valkenswaard, Vught, Weert en Zundert.