De gemeente Vught heeft vorige week het omstreden
Standplaatsenbeleid 2025 officieel ingetrokken. Dat blijkt uit de beantwoording
van vervolgvragen die de D66-fractie stelde naar aanleiding van de ontstane
commotie rond de vergunningen voor de kaas- en viskraam op het Marktveld. De
intrekking volgt op nieuwe vragen van D66 én een brede publieke actie, waarbij
honderden inwoners hun steun uitspraken voor behoud van de kramen.
In de beantwoording erkent het college dat het vastgestelde
beleid “inhoudelijke en procedurele onvolkomenheden” bevatte. Wethouder Du
Maine (VVD, economie) sprak eerder zelfs van “fout op fout op fout”.
Volgens het college ging het mis in de overdracht, de participatie en de
procesborging.
Juridisch wankel
D66 had al eerder aangegeven dat het beleid juridisch wankel
was en dat de participatie met betrokken ondernemers en inwoners onvoldoende
had plaatsgevonden. Het college bevestigt dit nu en geeft aan dat participatie
alsnog zorgvuldig wordt georganiseerd.
Door de intrekking van het 28 pagina’s tellende nieuwe
beleid valt de gemeente voorlopig terug op het eerdere standplaatsenbeleid en
de bestaande toetsingskaders uit de APV en de Welstandsnota. Daarmee is de
situatie voor de visboer en de kaaswinkel in het centrum van Vught voorlopig
weer helder en voorspelbaar.
Geen formele aanwijzingen voor toezeggingen aan
ondernemers
In verschillende media werd gesteld dat voormalig
burgemeester Roderick van de Mortel toezeggingen heeft gedaan aan een lokale
ondernemer over het intrekken van vergunningen van de kaas- en visboer. Die
toezegging zou dan mondeling gedaan moeten zijn, want het college ontkent dat
er bestuurlijke of ambtelijke stukken zijn die daarop wijzen.
Het college werkt aan een nieuw standplaatsenbeleid. D66
benadrukt dat een eventuele beleidswijziging die raakt aan raadsbevoegdheden
opnieuw aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd. Bovendien is er volgens D66
is helemaal geen nieuw beleid nodig en zijn er momenteel belangrijkere zaken om
op te pakken.