
Veel mensen verwarmen hun huis tot temperaturen tussen negentien en 21 graden, maar door de hoge energieprijzen kan dat flink in de papieren lopen. Daar waar vroeger de gemiddelde temperatuur van een stookseizoen – dat doorgaans loopt van 1 oktober tot en met 30 april – ongeveer 5,1 graden was, is dat tegenwoordig 6,6 graden.
Anderhalve graad verschil klinkt niet spannend, maar is ‘echt extreem,’ aldus Weer Online. ‘Het zorgt er voor dat een gemiddeld stookseizoen tien procent minder energie kost dan vroeger.’ Een extreem koud stookseizoen, zoals dat van de winter van 1963 kost 32 tot maar liefst 37 procent meer energie om een huis warm te houden dan een doorsneeseizoen.
Zon mee laten helpen
Het lager zetten van de thermostaat kan behoorlijk wat geld besparen. Sterker nog, elke graad lager scheelt ruim acht procent in de totale energie die nodig is om jouw huis warm te houden, of dit nu gas is of elektriciteit. De thermostaat op achttien graden zetten in plaats van op 20 graden scheelt zelfs al bijna zeventien procent. Zo blijkt dus dat een klein verschil onder aan de streep behoorlijk wat uitmaakt. Ook het open doen van alle raamdecoratie als de zon schijnt scheelt soms enorm.
Rampzalig
Een zeer strenge winter zou nu voor veel huishoudens niet minder dan rampzalig zijn. Andersom zorgt een extreem zachte winter zoals die van 2014 juist voor een energiebesparing van ongeveer zestien procent. Dit verschil ten opzichte van een normaal stookseizoen is niet zo extreem als tijdens extreme kou, doordat extreme kou in de winter altijd verder van het gemiddelde afwijkt dan extreem zacht weer. Dat heeft grotendeels met de ligging van ons land te maken. Dichtbij de relatief warme Atlantische Oceaan en de Noordzee is zachte lucht altijd dichterbij dan de zeer koude lucht vanaf de Noordpool of uit Siberië.