Een rechtszaak over slechts 4,24 euro aan achterstallige
wettelijke rente is een voormalige werknemer van een sportorganisatie duur
komen te staan. Hoewel de man op dat punt gelijk kreeg van de rechter, moet hij
zelf 632,50 euro aan proceskosten betalen.
De werknemer was van 27 januari tot en met 31 oktober 2025
in dienst bij een sportbedrijf op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst.
De werkgever besloot het contract niet te verlengen en maakte in november de
eindafrekening op. De werknemer vond dat deze financiële afwikkeling niet
correct was verlopen. Via een gemachtigde deed hij een beroep op onder meer een
transitievergoeding, een aanzegvergoeding, aanvullende specificaties en
schadevergoeding.
Te laat betaald
Begin 2026 ontving het sportbedrijf hiervoor een
dagvaarding. Maar op dat moment had de organisatie de transitievergoeding al
betaald en toegezegd ook de aanzegvergoeding te voldoen. Die laatste betaling
volgde eveneens, inclusief wettelijke rente.
In zijn uitspraak stelt de kantonrechter vast dat het
sportbedrijf de transitievergoeding te laat heeft betaald. Daarom is de
werkgever wettelijke rente verschuldigd over de tussenliggende periode. Het
door de werknemer berekende bedrag van 4,24 euro wordt toegewezen.
Maar de overige vorderingen worden tenietgedaan door de
rechtbank. Volgens de rechter had het sportbedrijf de eindafrekening al
verstrekt en betaald. De werknemer had bovendien niet concreet gesteld dat deze
onjuist was.
Onnodige escalatie
Ook de gevorderde buitengerechtelijke
incassokosten worden
afgewezen. De werkgever had na ontvangst van de sommatie haar
betalingsverplichtingen grotendeels erkend en aangegeven wanneer betaling zou
volgen.In plaats van deze betalingen af te wachten en de resterende wettelijke
rente op te eisen, bleef de gemachtigde van de werknemer aanspraak maken op
aanvullende vergoedingen en juridische kosten. Volgens de rechter heeft deze
partij de kwestie daardoor onnodig laten escaleren.
Een vordering voor aanvullende schadevergoeding van de
werknemer wordt eveneens afgewezen. Bijzondere omstandigheden of daadwerkelijk
geleden schade zijn volgens de kantonrechter onvoldoende aangetoond. Omdat de
werknemer grotendeels ongelijk krijgt, wordt hij veroordeeld tot betaling van
632,50 euro aan proceskosten. Deze uitspraak laat zien dat een werknemer ook
bij een geringe openstaande vordering terecht naar de rechter kan stappen. Maar
dat betekent niet dat alle gemaakte
juridische
kosten verhaalbaar zijn. Indien een werkgever zijn verplichtingen al
grotendeels is nagekomen en aanvullende vorderingen onvoldoende zijn
onderbouwd, kan doorprocederen leiden tot een proceskostenveroordeling. Zelfs
wanneer de werknemer op één onderdeel gelijk krijgt.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via [email protected] of bel naar 073-6154311.