De dichtstbijzijnde ster met planeten is onze eigen zon. Dat
die planeten rond de zon draaien, was een theorie van Copernicus, welke begin
17de eeuw werd bewezen door Galileo.
Dat alle sterren aan de hemel ook zonnen zijn zoals onze zon, werd destijds al
vermoed door veel astronomen, maar dat er bij die sterren ook planeten zijn,
was nog een mysterie.
Het duurde tot midden jaren 90 voordat de telescopen geavanceerd genoeg waren
om planeten bij andere sterren te ontdekken. Sindsdien zijn er vele duizenden
gevonden; ze worden exoplaneten genoemd. Er is zelfs een telescoop in de ruimte
gebracht die alleen tot taak heeft exoplaneten te vinden.
Pas recent zijn astronomen erin geslaagd een exoplaneet pal naast een ster te
fotograferen, maar verreweg de meeste ontdekte exoplaneten zijn onzichtbaar.
Hoe astronomen er toch in slagen deze objecten te vinden en daar veel over te
weten komen (hoe groot en zwaar ze zijn, of ze wel of geen dampkring hebben en
nog veel meer) bespreekt Urijan Poerink in zijn presentatie. In de zoektocht
krijgen vooral ‘aardachtige’ exoplaneten aandacht die heel misschien leven
zouden kunnen herbergen. Of daar ook daadwerkelijk (primitief) leven voorkomt,
zal heel moeilijk aantoonbaar zijn, maar astronomen zijn er optimistisch over.
Donderdag 28 mei 2026 | 14:00 uur | De Rode Rik, Van
Sonstraat 49a, 5262 HX Vught | Entree € 3,-- Inclusief kopje koffie of thee |
vrije inloop
www.ouderensamen.nl